In een kano op open zee
Soms voelt het alsof ik in een kleine kano zit, midden op open zee. Het water is onrustig, golven slaan tegen de boorden, en in de verte doemen overal enorme vrachtschepen op. Ze varen in volle vaart voorbij, trekken krachtige stromingen met zich mee en brengen mijn kleine kano telkens opnieuw uit balans. Soms wankel ik, soms sla ik zelfs om.
In mijn hoofd roep ik dan: “Stop! Blijf staan!
En toch weet ik diep van binnen: die schepen horen mij niet. Ze varen door, omdat dat is wat ze doen. Mijn roep lost niets op. Mijn kano blijft klein in het geweld van de zee.
En toch verwacht ik soms dat het wél werkt.
Dat als ik maar hard genoeg roep—naar systemen, naar instanties, naar mensen die beslissingen nemen—dat alles dan vanzelf tot stilstand komt. Dat het water rustig wordt. Dat die grote boten rekening met mij houden. Met de gevoelens die wij als gezinshuisouders hebben.
Maar zo werkt het niet.
De waarheid is dat ik soms iemand nodig heb.
Iemand die me vastpakt voordat ik omsla. Die vriend/vriendin, die grote broer, die stevige arm om mijn schouder die zegt:
“Kom jij nou eens even hier. Het komt goed. Je doet het goed.”
Want wat er in een gezinshuis gebeurt, raakt je. Het gedrag dat sommige kinderen laten zien, raakt je óók—soms dieper dan je zelf wilt toegeven.
We weten dat het niet “mag” om zo geraakt te worden, dat we professioneel moeten blijven, dat we stevig moeten zijn. Maar het gebeurt. Natuurlijk gebeurt het.
We zijn mens.
En in jeugdzorgland gebeurt er zoveel.
Zoveel dat wij als gezinshuis moeten dragen, verwerken en soms simpelweg moeten ondergaan. Regelgeving die verandert. Plaatsingen die niet kloppen. Traumageschiedenis die zich midden in je woonkamer ontvouwt. Beslissingen over kinderen waar jij dag en nacht voor zorgt, maar waar je geen enkele invloed op hebt. Het gaat soms faliekant mis in huizen, instellingen en op plekken.
En dat doet iets met je.
Soms resulteert dat in frustratie, omdat we weten:
Wij konden er niets aan doen.
We vinden het afschuwelijk wat er soms gebeurt, we voelen het tot in onze botten…
Maar het is niet onze schuld.
Blijf ook de goede gezinshuizen zien, de mooie instellingen en de fijne pleegzorgouders.
En dat is misschien wel de belangrijkste boodschap.
Dat je, daar in je kleine kano tussen die grote schepen, mag erkennen dat het zwaar is.
Dat je niet kunt verwachten dat de vrachtschepen stoppen.
Dat je soms iemand nodig hebt die je vasthoudt—en dat dat mag.
Dat je het goed doet, zelfs op de dagen dat de golven je overspoelen.
Dat je altijd weer bovenkomt.
En dat je nooit vergeet:
De storm is niet jouw schuld.
08-12-2025