Als je niet kunt geloven dat iemand van je houdt
Soms leer je je kinderen dingen die je zelf heel lastig vindt.
Je vertelt je kinderen dat je van ze houdt. Dat wat ze ook ‘verkeerd’ doen, je altijd van ze zult blijven houden. Je wilt dat ze dat niet alleen weten, maar het ook voelen en ervaren.
Maar misschien merk je bij jezelf wel hoe lastig het eigenlijk kan zijn om datzelfde te geloven.
Als iemand tegen je zegt dat hij of zij van je houdt, kan het soms moeilijk zijn om dat echt binnen te laten komen. Niet omdat je die ander niet vertrouwt. En ook niet omdat je denkt dat diegene liegt.
Het is meer een soort ongeloof.
Misschien omdat je zelf nooit echt hebt geleerd om te geloven dat je iemand bent om van te houden.
Dus ga je zoeken naar een reden.
Wat ziet die ander in mij?
Misschien ziet diegene wel iets in jou wat je zelf helemaal niet ziet. De kleine dingen. De dingen die voor jou vanzelfsprekend zijn. Misschien ziet iemand jouw hart, terwijl jij vooral je tekortkomingen ziet.
En toch kan die stem in je hoofd blijven zeggen: dit kan toch niet echt zijn?
Je wacht bijna op het moment waarop iemand ontdekt hoe je werkelijk bent.
Wanneer ze je moeilijke kanten zien.
Je onzekerheden.
Je fouten.
De dingen waar je zelf niet zo trots op bent.
Alsof liefde alleen kan blijven bestaan zolang iemand nog niet alles van je weet.
Maar liefde betekent niet dat iemand alleen van de perfecte versie van jou houdt.
Liefde betekent niet dat je geen fouten mag maken. Dat je niet onzeker mag zijn. Of dat je geen moeilijke kanten mag hebben.
Misschien kan liefde juist naast al die dingen bestaan.
Misschien hoef je ook niet meteen volledig te geloven dat je geliefd bent.
Misschien mag je het eerst gewoon proberen te ontvangen.
Wanneer iemand zegt dat hij of zij van je houdt, hoef je niet altijd meteen te begrijpen waarom. Je hoeft jezelf niet te overtuigen dat je het waard bent.
Je mag het antwoord misschien gewoon even laten staan.
Misschien is een dankjewel dan wel genoeg.
En misschien komt er langzaam een moment waarop je beseft dat je niet voortdurend hoeft te zoeken naar bewijs dat iemand van je houdt.
Dat je niet eerst iemand anders hoeft te worden om liefde te verdienen.
En misschien geldt dat ook voor de liefde van God.
Want misschien vind je het ook moeilijk om te geloven dat God echt van jou houdt.
Niet alleen van de versie van jou die alles goed doet. Niet alleen wanneer je genoeg bidt, genoeg gelooft of je leven goed op orde hebt.
Maar ook wanneer je twijfelt.
Wanneer je fouten maakt.
Wanneer je jezelf even helemaal kwijt bent.
God vraagt niet eerst van jou om jezelf beter te maken voordat je bij Hem mag komen.
Hij kent je al. Echt.
Hij kent de dingen waar je trots op bent, maar ook de dingen die je liever verborgen houdt. Hij kent je onzekerheden, je gedachten en je worstelingen.
En toch zegt Hij: Ik houd van jou.
Misschien is dat wel één van de moeilijkste dingen om te geloven.
Dat je niets hoeft te bewijzen.
Dat je Zijn liefde niet hoeft te verdienen.
Dat je niet eerst een betere versie van jezelf hoeft te worden.
Je mag die liefde ontvangen.
Ook als je haar nog niet helemaal begrijpt.
Ook als er een stemmetje in je hoofd zegt dat het vast niet echt voor jou kan gelden.
Misschien is geloven soms niet dat al je twijfel ineens verdwijnt.
Misschien is geloven soms gewoon dat je, ondanks die twijfel, toch een klein stapje zet.
En zegt:
Oké. Ik probeer je te geloven.
Misschien mag je er gewoon zijn.
Met alles wat mooi is.
Met alles waar je nog aan moet werken.
Met alles wat je liever anders zou zien.
Geliefd, niet omdat je perfect bent.
Maar omdat je jij bent.
En misschien is het mooiste besef uiteindelijk niet:
‘Ik begrijp waarom je van mij houdt.’
Maar:
‘Ik geloof je.’